stockillustraties, clipart, cartoons en iconen met conceptuele afbeelding van het netwerk wi-fi - nt2

Veel mensen die geen Engels als moedertaal hebben, hebben een thuistaal die ze thuis spreken en ze willen Engels leren. Mensen die op zoek zijn naar docenten Engels die geen moedertaal zijn, moeten zoeken naar methoden of benaderingen die zorgen voor al deze aspecten van het leren van talen – mondeling, visueel, auditief en de verschillende manieren om geluiden te omarmen of af te wijzen.

In de context van het leren van een taal thuis betekent de uitdrukking "leer de hele taal" dat er evenveel tijd moet worden besteed aan luisteren, spreken, lezen, schrijven en de verschillende manieren om geluiden te omarmen of te verwerpen. Men kan een grondige kennis van een taal hebben terwijl men deze niet kan lezen of schrijven. De ervaring zou vergelijkbaar zijn met het kijken naar een film en het niet kunnen uitleggen aan een moedertaalspreker. De vaardigheden of kennis van lezen en schrijven komen met ervaring en met oefening kan men het vermogen van "lezen" en "schrijven" in een taal ontwikkelen.

Engelstaligen worden geconfronteerd met de extra moeilijkheid om niet in hun moedertaal te kunnen lezen of schrijven. Het niet kunnen lezen of schrijven in de moedertaal is een pijn die jaren kan duren. Vertaling: dit betekent dat de tijd die wordt besteed aan het verwerven van een tweede taal niet mag interfereren met de tijd die wordt besteed aan het verbeteren van de mondelinge en schriftelijke spreekvaardigheid.

Een systematische benadering van het leren van talen is een efficiënt hulpmiddel voor taalverwerving. Dit model biedt een begin, een midden en een einde aan het taalverwervingsproces, samen met waardevolle informatie over manieren om dit model in het dagelijks leven van kinderen te implementeren.

Het model verdeelt de essentiële componenten van taal in vier categorieën:

Occasional Language- Dit wordt het "conversationele" taalniveau genoemd. Het is het niveau waarop de student in staat is om de taal die wordt onderwezen te initiëren en ermee om te gaan.

o Expressieve taal- Dit wordt het "formele" of "bespreekt" taalniveau genoemd. Het is het niveau waarop de leerling zich kan uitdrukken en is meestal het resultaat van luisteren en kijken naar gesproken taal.

o Veelzijdige taal – Dit is het laatste taalniveau dat in de lesboeken wordt beschreven. Het is het vermogen om in meer dan één taal te spreken, luisteren, lezen en schrijven.

o Syntactische en temporele taal – Dit zijn de volgende twee niveaus na expressieve en vocale taal. Ze beschrijven het vermogen om de structuur en het type taal waar te nemen.

Leren over de geschiedenis, oorsprong en de ontwikkeling van de standaard Engelse grammatica en de unieke kenmerken ervan, en leren over de kenmerken van de Engelse uitspraak, zijn enkele van de manieren waarop iemand zijn of haar Engelse uitspraak kan verbeteren.

De Engelse taal heeft in de loop der jaren veel veranderingen ondergaan. De regels en het gebruik van grammatica zijn regelmatig drastisch veranderd. De taal heeft ook het lenen van woorden gezien en veel discussie over de exacte uitspraak van woorden. De meest gebruikte zijn als volgt:

1. ble – gebruikt voor geld en voor andere belangrijke woorden.

2. door – gebruikt voor op, om, kijken, Last but not least, de uitspraak van dit woord kan nuttig zijn bij het bepalen van de betekenis van het woord.

3. vet – gebruikt in zinnen waar vet of vet leeg betekent.

4. through – used in both clauses of the main clause of a positive sentence:Example: I will be going to church tomorrow.

5. against – used in front of main or primary A.C.V. that stands for "against".

6. against – used in front of secondary or negative A.C.V that stands for "in opposition".

7. any – used in front of the plural nouns:Example: "I have any (plural noun) at home."

8. ask – used in simple asking questions:Example: "Do you want a drink or supper?"

9. back – used in simple affirmative statements:Example: "I have a back-up battery."

10. all – used in simple positive statements:Example: "I have all the tools I need."

11. some – used in colloquial speech:Example: "Some students are already studying English."

12. die – gebruikt in weeën:Voorbeeld: "Dat zijn enkele (landen) de VS."

13. zien – betekende vroeger: Voorbeeld: "Ik zie (iemand, iets, iets) op straat."

14. zie – gebruikt in heel:Voorbeeld:Voorbeeld "Ik zie je aankomen."

15. vragen – gebruikt om iets te vragen: Voorbeeld: "Ga je dat voor mij vragen?

16. geven – gebruikt in antwoord:Voorbeeld: "Kunt u mij een kopie geven."

eerst."

17. zie – gebruikt in geschreven:Voorbeeld:Voorbeeld "Ik zie een heel goed-en-en-en-hoe-ik bedoel-het-is."

18. – zien-en-hoe-19. ben-20.